De kerken
chiesa di San Zeno (Kerk van San Zeno)
De kerk, van het soort dat misschien gebouwd is op ruďnes uit een heidense tijd, heeft een zeer oude oorsprong, ook als gebouw dat wij nu bewonderen in zijn onmiskenbare Romeinse vorm, daterend uit de XI – XII en XIII eeuw. De eerste geschreven aanwijzingen dat het betreffende kerkje zich daar bevindt, worden al in de pauselijke bul uit 1159 aangehaald, zoals ook voor de kapel van San Nicola geldt; verder wordt het op de begraafplaats tegelijkertijd herinnerd in de beschikbare testamenten van enkele locale burgers die in goede doen waren, zoals die van Domenico genaamd Ognibene uit 1423, en die van Antonio genaamd Moreto uit 1427 en anderen. Waarschijnlijk stond de hoofdkerk op grond van Brenzone, daarna vervangen door de kerk van San Giovanni Battista, uitgegroeid tot een autonome parochie aan het begin van de 5de eeuw en vervolgens terug gebracht tot een eenvoudig gebedshuis.
De structuur van het huidige enigszins bizarre gebouw, is het resultaat van verschillende constructieperiodes. In eerste instantie moet het metselwerk aan de (buiten)kant van de wanden ten noorden en ten oosten toegeschreven worden aan de misschien pre-romeinse tijd, in de tweede periode moeten de zuidelijke wanden, vernieuwd tijdens een uitbreiding van de kerk, de apsissen (afsluiting van het koor) en de interne onderverdeling in twee beuken ontstaan zijn in de loop van de 12de eeuw; en in een derde periode moet het invoegen van de klokkentoren en de daarop volgende reconstructie van het aanzicht aan het begin van de 13de eeuw geschied zijn. Het aanzicht toont op deze manier een unieke helling, maar is in werkelijkheid eigenlijk dat van een kleinere beuk, overschaduwd door de massale klokkentoren.
Op de centrale as opent zich de hoofdingang met drempels en posten van roze marmer waarop een kruis in een cirkel gegraveerd is. Het overschaduwt een hangend voorportaal, waarvan het timpaan de Zegenende Christus afbeeldt; aan de zuidkant bevindt zich de imposante figuur van San Christofoor met Kind:hedendaagse schilderingen als fresco’s op de binnenmuren. Aan de oostkant springt de onregelmatige gebouwde ongelijkheid qua vorm van de drie apsissen naar voren, door middel waarvan de oorspronkelijke monofora (vensterbogen met een enkele opening) voortdurend in het oog springen. Aan de noordkant, waar de klokkentoren zich genesteld heeft, zijn er sporen zichtbaar van een gemetselde ingang, die toegang geeft tot de toren. het interieur toont tot slot, een onderverdeling in twee ongelijke helften van het schip d.m.v. de opeenvolging van zes ronde arcades, waarvan alle tussenwanden ondersteund worden door zuilen, afgewisseld met zeven rechthoekige muren. De kapitelen van de eerste pilaar, die van de ingang, en de derde zijn van Romeinse makelij in Korintische stijl gebouwd, met vermoedelijk in de buurt gevonden en hergebruikt materiaal zoals de roze marmeren platen. Misschien elementen van vijzels, die deel uitmaakten van de binnenste deurposten van de ingang.
Laat Romaanse fresco’s van Byzantijnse herkomst bevinden zich op de wanden van het kleine schip (De engel en Zacharias); de geboorte van Johannes de Doper en het opleggen van de naam; de Prediking van Johannes de Doper; en de Onthoofding van Johannes de Doper. Op de wanden aan de noordkant van het hoofdschip bevinden zich Kaďn en Abel; Vis, en behoorlijk beschadigd, langs de ronde wand van de belangrijkste apsis, de Apostelen.
chiesa di Sant'Antonio (Kerk van St. Antonius)
In weerwil van een legendarische traditie, die al uit de vroege middeleeuwen zou kunnen stammen, kent men niet met zekerheid de oorsprong – zoals die van militaire kapel - van de Chiesa di Sant’Antonio Abate, in tegenstelling tot die van Biaza. De muurschildering met de aanwezigheid van San Christoforo op de zuidelijke buitenwand, die gedateerd wordt rond de tweede helft van de 14de eeuw tot ten hoogste het begin van de 15de eeuw, kan er evenwel van getuigen dat men tenminste van deze eeuwen kan uitgaan; verder is de kerk benoemd in het testament van Giovanni del fu Benedetto uit Brenzone, opgesteld de 9de april 1421, waarmee de erflater heeft aangegeven begraven te zijn op het kerkhof grenzend aan de kerk.
Zoals de aanwezigheid van een klein kerkhof dat goed aangeeft, voldeed de kerk aan de geestelijke behoeften van de mensen van Brenzone en wordt in feite in een plaatselijke akte van de 1e oktober 1456 - waarin de bisschop van Verona Ermolao Barbara don Stefano de Zebetus benoemde tot rector van de parochie van Brenzone - uitdrukkelijk gezegd dat de kapel afhankelijk was van de parochie. Vervolgens profiteerde de kapel van de bekende familie Brenzone, die in de 16e eeuw in deze het recht van patronaat hanteerde aangezien zij het onderhoud ervan pleegden, d.w.z. het recht om de kandidaten voor de functie van kapelaan voor te dragen. Paolo Brenzone del fu Delaido in het bijzonder richtte binnenin de kerk een grafmonument op, waar bij testament van de 8ste oktober 1503 - bevestigd op de 27ste september 1505 - aangegeven werd dat hij samen met zijn echtgenote Laurezia daar begraven werd. Het gebouw dat wij nu zien is grotendeels origineel, nog volgens de uitgangspunten van de Romeinse architectuur gebouwd: de gevel is op het westen gericht en, hoewel uit stekend boven een klif, is zo de enige ingang waardoor men naar binnen kan aan de zuidkant, waar zich dus de al gememoreerde fresco van San Christoforo bevindt; aan de zijkant richt zich de hedendaagse klokkentoren op, met grote boogramen om licht toe te laten in de klokkentorenvertrekken. Het interieur toont een gangpad door het schip, dat leidt naar de halfronde apsis en naar het enige altaar van moderne makelij, versierd met een altaarstuk van de eerste 19de eeuwse afbeelding van Sant’Antonio Abate in aanbidding voor de Maagd.
Op de noordwand staan grote fragmenten van schilderijen tussen eind 15de eeuw en begin 16de eeuw gemaakt door Paolo Brenzone. Zijn naam is nog steeds leesbaar samen met die van zijn vrouw Laurezia, op vermoedelijk een versiering van het grafmonument dat nu verloren is gegaan. Zo zichtbaar toont het een heldhaftige motief van het huis Brenzone en vormt het een theorie over de toewijding aan de voeten van de Maagd met het Kind.
|