De Villa Romana van Casteletto di Brenzone
Een Romeinse villa (Villa Romana) aan de oosterse oevers van het Gardameer
In 2004, tijdens de uitbreidingswerkzaamheden van de begraafplaats van Castelletto di Brenzone, is een uitgestrekt complex van muurconstructies aan de oppervlakte gekomen die afkomstig zijn van een Romeinse villa.
Dankzij de tijdige signalering van de Amministrazione Comunale, is het mogelijk geworden de onderzoeken direct voort te zetten om de identiteit van het complex te achterhalen en de resten ervan te conserveren. Overtuigd van het belang en de archeologische potentie van de vindplaats, hebben de Comune (gemeente) van Brenzone , la Regione Veneto en la Soprintendenza (afdeling monumentenzorg) per i Beni Archeologica del Veneto hun hulpbronnen verenigd, om een onderzoeksproject op te starten naar de mogelijk grote waarde van het complex. Dit project heeft begin 2005 een aanvang genomen.
De villa van Casteletto is de enige opgegraven Romeinse villa tot nu toe in het oosterse gebied van Garda: hij is zeker vergelijkbaar, door zijn afmeting en de belangrijke monumentaliteit van zijn structuur, met de al privé bewoonde complexen uit oude bekende tijden in het gardesaanse bresciaanse gebied (ville di Sirmione, Toscolano, Desenzano). Het buitengewone behoud van het metselwerk geeft de villa ongetwijfeld betekenis als een van de meest sprekende voorbeelden van woonverblijf structuren uit de Romeinse tijd tot nu toe, tegen het licht van het huidige gebied van Veneto.
De villa, gedefinieerd als “residenziale lacustre” (woonverblijf in een merengebied), onderscheidde zich door zijn meerdere terrassen die naar het meer af liepen; de constructie was ingegeven door de natuurlijke gesteldheid van het terrein met zijn duidelijk schilderachtige aanblik, niet anders dan van de villa’s met panoramisch uitzicht aan de Oosterse kusten. De acht tot nu toe aan het licht gebrachte kamers tonen vloeren van verschillende niveaus en liggen op de twee belangrijkste terrassen: de aanwezigheid van een draaiend mechaniek (zichtbaar achter het gebouw van de begraafplaats uit de jaren tachtig van de vorige eeuw) suggereert het bestaan van een hogere verdieping, die heden ten dage helaas niet meer te traceren is. De lagen op de wanden bevestigen de lange levensduur van het gebouw; vooral de verdedigingswerken die de opgravingen hebben onthuld, refereren aan de strategie van regelmatige bewoning van de structuren uit de laatste periode, die in zijn algemeenheid geplaatst kan worden tussen de late oudheid en het einde van de middeleeuwen. Het metselwerk en de vloeren laten zich nu in een onttakelde toestand zien, geen van de aangebrachte originele lagen nog aanwezig en wat te doen met het kwetsbare karakter van de overblijfselen.
De opeenvolgende gebeurtenissen van de villa verstrengelen zich op een bepaald punt met die van de naburige ontwikkelde gebouwen: de recente opgravingen uitgevoerd in de Chiesa di San Zeno, nu geconserveerd in de vorm die zij in de Romeinse tijd hadden, verleiden tot de hypothese dat er een eerste moment van constructie geweest is in het laatmiddeleeuwse tijdperk (mogelijk Longobardische tijdperk ong. 1000 -1500 na Chr.) De opgravingen en het bestuderen van de gebruikte materialen staan de veronderstelling toe dat zij zowel bestonden en gebruikt werden in de fase van de stichting van de villa als in de laatste periode van regelmatige bewoning.
De kerk, opgericht op de structuren van de villa, hergebruikte constructieve en decoratieve elementen ervan. De twee witmarmeren kapitelen daterend uit de 1e eeuw na Chr. en hergebruikt in de zuilengalerij zijn met een grote mate van zekerheid terug te voeren op het bovenstaande complex uit het Romeinse tijdperk.
|